- Druivensoorten -

 

Druivensoorten

Silvaner: partner voor asperges en vis

De Silvaner behoort tot de belangrijkste traditionele druivenrassen van Duitsland.
Er is een periode nogal neergekeken op de silvaner, omdat hij veel als bulkwijn werd verkocht.
Sinds men zich is gaan toeleggen op betere kwaliteit beleeft de silvaner een come-back.
De druif levert vrij neutrale wijnen met een milde zuurgraad. De Silvaner is dan ook uitstekend geschikt voor mensen die droge witte wijn snel te zuur vinden.
Ze hebben een beschaafd, soms aards aandoend aroma. Ook eigenschappen als "sappig", "breed" en "mondvullend" zijn op de silvaner van toepassing. De verfijnde en lichte silvaners (met name uit de Franken) zijn prachtige begeleiders van vis, terwijl de wat steviger varianten bijzonder goed bij asperges passen.

 

Weisser Burgunder: alleskunner

De Weisser Burgunder, Weissburgunder oftewel de pinot blanc behoort tot de Burgunder of Pinot-familie. Deze wijn wordt in Duitsland steeds meer gewaardeerd en in de Pfalz in toenemende mate aangeplant.
De Weissburgunder heeft een zachte, niet erg uitgesproken geur met een licht nootachtig aroma. Met zijn frisse zuurgraad en lichte fruitigheid is het een ideale wijn voor aan tafel, die makkelijk combineert. Past goed bij fruits de mer, vis-, kalfs- en varkensvlees en gevogelte.
Maar het is ook een prima glas terraswijn.

 

Grauburgunder: rijk en vol

De Grauer Burgunder, Grauburgunder, alias de Pinot Gris is eigenlijk een mutant van de Spätburgunder (de rode druif, zie aldaar). Vandaar dat men in de druiventrossen van de Grauburgunder soms enkele blauwe druiven aantreft.
Het is een druivensoort die vooral een voedzame bodem verlangt, liefst rijk aan mineralen. De beste Grauburgunders komen van vulkanische bodems.
Het zijn volle, vrij zware en fruitige wijnen, die weinig zuur bevatten.
In het algemeen aromatisch: de wijn geurt naar amandel, peer, ananas, kwee, karamel en honing. Een goedgemaakte grauburgunder van uitgerijpte druiven kan als zeer "weelderig" overkomen. Een nadeel van het lage zuurgehalte is dat de wijnen soms "log" en niet zo fris zijn. Dit is ook afhankelijk van de jaargang.

 

Riesling: de grote klassieker

Zonder twijfel is de Riesling één van de edelste druivensoorten ter wereld. In Duitsland wordt zij dan ook de "koningin onder de druiven" genoemd.
Reeds in 1435 werd de druif langs de Rijn geteeld. Riesling prefereert een koel klimaat en is een langzame rijpende druif, tot november toe. Hij is gebaat bij niet al te warme zomers en een zonnig najaar.
Kenmerkend voor de Rieslings is het subtiele, ongeëvenaarde evenwicht tussen zoet en zuur. De "typische"Riesling ruikt naar nuances van perzik en appel met in de smaak een levendige zuurgraad. Op buntsandstein- en lössgrond kunnen tropische of citrusnoten de boventoon voeren.
Bij Rieslings van leisteenbodem of van het "rotliegendes" valt een minerale toets waar te nemen.
Bij rijping ontstaat soms een door liefhebbers hooggewaardeerde "gout de petrol", een kenmerkende aardse "benzine"geur in de wijn.
Droge tot halfdroge Rieslings passen bijzonder goed bij gepocheerde vis of gestoofd vlees met lichte sauzen en gevogelte.

 

Gewürztraminer: kruidig en aromatisch

De Gewürztraminer is een van de oudste druivenrassen en reeds door de Romeinen naar Oostenrijk gebracht en vandaar naar Duitsland (en de Elzas).
Het is een zeer aromatische en kruidige druif, die geurt naar rozen en lychees en tevens een lichte muskaattoon heeft.
Het zijn volle, verfijnde wijnen, die soms topniveau kunnen halen.
De wijnen passen bij wildpaté, gevogelte in aromatische sauzen en escargots.
Een bekende, bijzonder gewaardeerde combinatie is die met munsterkaas of blauwschimmelkazen.

 

Scheurebe: boeket van de fijnste soort

In 1916 kweekte Georg Scheu in Alzey uit Silvaner en Riesling de naar hem genoemde Scheurebe.
De doorbraak voor deze druif kwam in de jaren vijftig toen het lukte om er Beerenauslesen van te maken. Het bleek dat de ware kracht van deze druif zich het beste uit in de zoete varianten. Dan pas ontplooien ze hun volle aroma van kruidige zwarte bessen en zeer rijpe zoete vruchten.
Halfdroge scheurebes zijn heel goed inzetbaar bij kruidig-aromatische ragouts van vis en gevogelte. En niet te vergeten de Aziatische keuken!

 

Chardonnay: Franse druif met notig karakter

De Chardonnay is een typisch Franse druif die met veel succes in de "nieuwe wijnlanden" (Australië, Zuid-Amerika, USA en Zuid-Afrika) is aangeplant en een commercieel groot succes is. Ook in Duitsland kan zeer goed de Chardonnay worden verbouwd, maar hij zal nooit tot de top van de Duitse wijnen gaan behoren.
De smaak is notig , kenmerkend is de geur van geroosterd brood. De wijn maakt vaak een volle en vette indruk.Daarnaast valt vaak een toon van tropische vruchten waar te nemen.
Chardonnay is een van de weinige witte druiven, die men soms op eikenhouten vaten laat rijpen. Er ontstaat dan een karamel of vanille-aroma, dat soms zeer fraai in het tropisch fruit en vet wordt geintegreerd.

 

Spätburgunder: de rode klassieker

De Spätburgunder of Pinot Noir is een edele druif, die alleen op de allerbeste plaatsen kan gedijen en al in de Middeleeuwen in Frankrijk en Duitsland veel werd verbouwd.
Ze hebben een verleidelijke, enigszins zoete geur van rood en zwart fruit, varierend van aardbeien via kersen en bramen tot zwarte bessen. Vaak is ook een licht rokerig en koffie-aroma aanwezig. De smaak is vol en zacht.
De lichtere versies passen prima bij gevogelte en voorgerechten met vlees (carpaccio!), de wat zwaardere versies bij vleegebraad of wild.
Van Spätburgunder worden ook de betere rosé's gemaakt. Deze hebben vaak een kruidig aroma.

 

Sangiovese: de nobele Italiaan

De Sangiovese is de grote druivensoort van Midden-Italië en is door de eeuwen in de verschillende regio's gemuteerd, waardoor er veel lokale varianten zijn ontstaan.
Deze heten vaak naar de plaats zelf. De Sangiovese is de basis van de Chianti en ook van de Rosso di Montalcino en de Brunello.
De kenmerkende geur van de wijn is kersig met een kruidige toets, soms ook uitgesproken specerijen. De wijn bezit meestal stevige zuren, wat hem een zekere frisheid geeft.
Met houtrijping worden de nuances oneindig veel groter en veel Italiaanse topwijnen zijn van de Sangiovese gemaakt.
De Sangiovesewijnen zijn prima begeleiders van stevige en kruidige Italiaanse gerechten. Ook bij wild uitstekend.