- Grondsoorten -

Grondsoorten

De bodemgesteldheid, of zoals de Fransen zeggen: het terroir, is van grote betekenis voor de wijnbouw.
De soort bodem is maatgevend voor welke druivensoorten er het best op groeien en bepaalt voor een belangrijk deel uiteindelijk de smaak van de wijn.
De bodemgesteldheid is een samenspel van een grote hoeveelheid factoren, zoals de structuur van de grond (klei, zand, löss, leisteen, kiezel), het waterhoudend vermogen (de waterbeschikbaarheid), de aanwezigheid van voedingsstoffen (mineralen), de hoeveelheid kalk in de grond en de zuurgraad, om de belangrijkste te noemen.
In het wijngebied de Pfalz, waar veel van mijn wijnen vandaan komen, bestaat een grote variëteit van grondsoorten, wat dan ook in de verschillende wijnen tot uitdrukking komt.

Grondsoorten in de Pfalz

Het wijnbouwgebied in de Pfalz bevindt zich in een bijzondere situatie: het ligt op de rand van een geologisch breukvlak, waardoor het Pfälzer Wald abrupt ophoudt en overgaat in de verzonken Rijnvlakte. Hierdoor komen verschillende grondlagen naar de oppervlakte, die zich anders diep in de bodem zouden bevinden. Een goed voorbeeld is het dorpje Birkweiler, waarbij binnen een kilometer drie verschillende grondsoorten te vinden zijn.
De druiven ontwikkelen zich op deze grondsoorten heel verschillend en nemen bestanddelen uit de bodem op, die als geur- en smaakstoffen in de wijn terugkomen.
In het Frans zegt men dan dat de wijn "terroir" heeft, in Duitsland minder poetisch maar wel duidelijk: Bodengeschmack (grondsmaak).

De drie hoofdgrondsoorten zijn:

Buntsandstein
Dit is een mengsel van zandsteen, kiezel,zand en leem. Het is een verweerde en arme bodem en zorgt vooral bij de Riesling voor een zeer lange rijpingsfase. Door het snelle opwarmen van de grond en de beperkte mogelijkheid om water vast te houden groeit de druif langzaam. Dit is een voordeel voor de vorming van aroma's.
Karakteristiek voor Rieslings van Buntsandstein zijn de zeer fruitige aroma's.
Vaak herinnert de geur aan perzik, abrikoos en appel.

Muschelkalk
Deze grondsoort werd net als het Buntsandstein gevormd in het Trias, 243-251 miljoen jaar geleden. Zoals de naam al zegt bestaat de grond uit kalk en schelpen (de vroegere zeebodem). Karakteristiek voor Rieslings van Muschelkalk zijn de exotische vruchtenaroma's van mango en citrusvruchten. Het geeft de Rieslings een zekere volheid en kracht.
Ook de Burgundersoorten ( weisser en grauer Burgunder, Spätburgunder) ontwikkelen een mineralige en krachtige stijl.

Rotliegendes
Dit is een oeroude rode leisteensoort, gevormd in het Perm, zo'n 290 miljoen jaar geleden.
Deze grondsoort is dus duidelijk ouder dan die uit het Trias.
Door het inzakken van de Rijnvallei 45 miljoen jaar geleden brak de aardkorst in streepvormige delen en werden aan de randen van de ingestorte Rijnvlakte op enkele plaatsen rotliegendes naar boven geduwd. De rode kleur krijgt deze leisteen van de grote hoeveelheid ijzer die in de steen is opgeslagen. Karakteristiek voor Rotliegendes zijn fijne nuances van hooi en bloeiende grasssen, kruidigheid en een zeer significante minerale smaak. Wijnen van deze grond hebben wat meer tijd nodig om hun volle aromapotentiaal te ontwikkelen.

Overigens treden er vaak mengvormen op van verschillende bodemsoorten.

Al met al: het blijft een zeer boeiende belevenis om de verschillende grondsoorten in de wijn te kunnen terugproeven.